Het contrast kan bijna niet groter zijn tussen het persoonlijke plakboek dat Frits Friederich bijhield over de behoorlijk uit de hand gelopen kleipijpstudie, en zijn in 1975 verschenen boekwerk Pijpelogie. Hij raakte in de late jaren vijftig geobsedeerd door de - zoals hij het zelf noemde - waardeloze rommel die bijna voor zijn deur in de bouwgrond van een groter groeiend Haarlem voor het oprapen lag.
Wat zowel in "Pijpelogie" als in het plakboek opvalt, is de bijna hypnotiserende vastberadenheid waarmee Friederich zich in het onderwerp moet hebben vastgebeten. In het boek staan eindeloze pagina's pentekeningen van pijpenkoppen en hun merken. Meer dan de helft van het boek is hiermee gevuld, waardoor het een naslagwerk is voor anderen. Dat was ook het doel: het opzetten van een bruikbare dateringmethode voor kleipijpen die als "gidsfossiel" konden dienen bij de datering van archeologische grondlagen. Inmiddels is zijn grondleggende dateringsformule achterhaald.
Het plakboek bevat in tegenstelling tot het boek wel een grote hoeveelheid (historische) afbeeldingen: van schilderijen, krantenknipsels en fotomateriaal. Door het onbewerkte karakter beantwoordt het plakboek misschien wel de belangrijkste vraag die na "Pijpelogie" blijft knagen. Daar waar (historische) context in het boek weinig aandacht krijgt, is deze in het plakboek volop aanwezig. In afbeeldingen welteverstaan want erover schrijven, dat kunnen anderen veel beter vond Frits Friederich.
De collectie Friederich is ondergebracht in het depot van het Archeologisch Museum Haarlem, Grote markt 18K 2011 RD Haarlem. En Museum in 't Houten Huis, Tuingracht 13, 1483 AP De Rijp.


















































































































